CMV

Circulatie/minivolleybal

Voor kinderen vanaf ongeveer 6 jaar ( groep 3 ) tot een jaar of 12 ( groep 8 ) is het circulatie/minivolleybal (CMV) bestemd. Het CMV is onderverdeeld in zes niveaus: de niveaus 1 t/m 3 bestaan uit circulatievolleybal en de niveaus 4 t/m 6 uit minivolleybal.

Voor de kinderen van 6 tot 8 à 9 jaar is er het circulatievolleybal. Kenmerk van het circulatievolleybal is dat tijdens het spelen telkens van plaats wordt gewisseld: er wordt ‘gecirculeerd’. Op deze drie niveaus bestaat het spel vooral uit gooien en vangen van de bal in bewegingen die overeenkomen met de later aan te leren volleybaltechnieken: het bovenhands en onderarms spelen.

Voor kinderen van ca. 9 tot 12 jaar is er het ‘echte’ minivolleybal. De algemene vaardigheidsontwikkeling die is ingezet bij het circulatievolleybal wordt voortgezet bij de mini’s. Daarnaast leren de kinderen de basisvaardigheden voor de techniek van het volleybal. De belangrijkste technieken van het onderarms en bovenhands spelen van de bal worden tijdens trainingen bijgebracht. Bij de ‘vroege’ mini’s (niveau 4) mogen de teams nog 1x de bal vangen; dus de beide andere balcontacten moeten op volleybalmanier. De bal moet op dit niveau in drie keer over het net worden gespeeld. De meer ‘gevorderde’ mini’s gaan volledig volleybal spelen.

In competitie­verband wordt op drie niveaus gespeeld (niveau 4, 5 en 6). Alleen wordt er op alle niveau’s van het CMV gespeeld met teams van 4 kinderen op een veld dat kleiner is dan een standaard volleybalveld.